[english]
naar website van Pauline Bakkernaar website van Pauline Bakker

Geschiedenis 

Maerten van Heemskerck, schilder van het drieluik

Maerten van Heemskerck (1498-1574) was een van de belangrijkste Noordnederlandse schilders uit de 16e eeuw. Zijn leermeesters waren de schilders Cornelis Willemsz uit Haarlem en Jan Lucasz uit Delft. Van 1526 tot 1529 was hij werkzaam in het atelier van de bekende schilder Jan van Scorel te Haarlem. Deze bracht hem de kennis van de antieken en eigentijdse Italiaanse kunst bij. In 1532 reisde hij zelf naar Italië, waar hij pentekeningen maakte van klassieke ruïnes en sculpturen.

Na zijn terugkeer uit Rome vestigde hij zich in Haarlem.

In 1538 kreeg hij de opdracht een drieluik te maken, dat in afleveringen gereed kwam (1538-1542). Het Alkmaarse drieluik is het grootste dat ooit in de Noordelijke Nederlanden is gemaakt. Het is liefst 5,70 meter hoog en bij geopende luiken 8 meter breed.

De schilderkunst van Van Heemskerck wordt gekenmerkt door een helder, scherp licht, waardoor de voorstelling vaak sfeerloos en glasachtig lijkt. In het drieluik zijn verschillende invloeden van Van Heemskercks reis naar Italië te bespeuren. De figuren zijn slanker, in detail plastisch gemodelleerd en dynamischer. Het altaarstuk geldt als een van zijn belangrijkste werken.

Van Heemskerck heeft niet alleen altaarstukken geschilderd. Hij vervaardigde ook een groot aantal schilderijen met bijbelse, mythologische en allegorische voorstellingen. Daarnaast van Van Heemskerck een gewild portretschilder van de gegoede burgerij. Ook Alkmaarse burgers heeft hij geportretteerd. Zijn laatste schilderij is in 1567 gedateerd; na die datum is hij echter nog actief met prentontwerpen bezig geweest.

De legende van het altaarstuk

Het Laurentiusaltaar staat nu in de Dom van Linköping in Zweden. Er is een populaire legende uit het begin van de 18e eeuw, dat het altaarstuk besteld zou zijn voor een Russische kerk door de aartsbisschop van Novgorod. Tijdens een storm op de Oostzee strandde het schip bij de Zweedse kust en zo zou het altaarstuk in Zweden terecht gekomen zijn. Het werd gekocht voor 1200 ton meel door Koning Johan III, die het daarna schonk aan de Dom van Linköping.

De werkelijkheid was anders. Het grote altaar dat Maerten van Heemskerck voor de Grote Kerk geschilderd had, was na de Hervorming overbodig geworden. Immers: de Grote Kerk werd nu door de Hervormden gebruikt en zij hadden geen altaren nodig. Zo werd het in 1581 verkocht aan Zweden, waar de Zweedse Koning Johna III het aan de Dom van Linköping aanbood. 

De digitale terugkeer van het altaarstuk

Op september 1996, de dag van de officiële opening van de gerestaureerde Grote Sint Laurenskerk, is de digitale terugkeer van het altaarstuk voltooid. Het hoofdaltaar is nagemaakt van staal en Zweeds hout op ware grootte. In de Domkerk van Linköping is het origineel gescand met behulp van een technische camera met een lichtgevoelige achterwand, waarop het beeld werd gedigitaliseerd. Het principe van de camera is vergelijkbaar met dat van een gewone scanner, alleen is de resolutie vele malen hoger. De scans zijn vervolgens verwerkt tot verzendbare stukken. Via internet zijn deze stukken getransporteerd. De data is in Alkmaar door de computer ‘gedownload’en de scans gecorrigeerd. Vervolgens is de printer, een Michelangelo airbrush voorzien van een Digital Painting Head, aangestuurd voor de feitelijke weergave van de verzonden informatie. De Micheleangelo printte de afzonderlijke panelen, die vervolgens in het stalen frame van het drieluik werden gehangen.

Het hele project heette ‘Maerten Cyberspace’ bedacht en uitgevoerd door Kees Bolten en zijn Werkmaatschappij. Deze performance (het printen van het drieluik) was een groot spektakel en werd onder andere bijgewoond door de burgemeester van Linköping.

Voor dit project en meerdere spectaculaire kunstuitingen won Kees Bolten in 2002 de Cultuurprijs van Alkmaar.